Eiser woont naast het parkeerterrein van een recreatiepark waar een tijdelijke omgevingsvergunning is verleend voor de verruiming van de horeca voor langskomende recreanten, voor een periode van vijf jaar. Het bestemmingsplan staat horeca alleen toe voor gasten van het recreatiepark. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde eerder een herzien bestemmingsplan dat uitbreiding mogelijk maakte, waardoor het oude plan nog steeds geldt.
Verweerder verleende op 11 augustus 2020 een vergunning voor een maximaal vloeroppervlak van 200 m2 en een terras van 120 m2. Eiser maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke permanente uitbreiding, geluidsoverlast en onvoldoende onderzoek naar verkeers- en parkeerdruk. Verweerder stelde dat de vergunning op grond van de kruimelgevallenregeling was verleend en dat de activiteit na vijf jaar zonder onomkeerbare gevolgen kan worden beëindigd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar geluidshinder en dat de motivering over parkeerplaatsen en verkeersbewegingen onvoldoende is onderbouwd. Ook is de handhaving van de voorwaarde dat horeca primair voor campinggasten is, onvoldoende gewaarborgd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.