Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 29 maart 2022 van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[naam opposant 2], te [plaatsnaam] , opposanten,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Opposanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen op hun bezwaar tegen besluiten om niet handhavend op te treden tegen het gebruik van een woning door arbeidsmigranten.
De rechtbank heeft het beroep op 7 december 2021 kennelijk gegrond verklaard vanwege het niet tijdig beslissen door verweerder. Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld door opposanten, die onder meer stelden dat sprake was van schending van het recht op hoor en wederhoor en dat verweerder misbruik van procesrecht heeft gemaakt.
De rechtbank beoordeelt in deze verzetprocedure uitsluitend of het eerdere oordeel terecht was dat het beroep buiten redelijke twijfel gegrond was. De rechtbank oordeelt dat opposanten geen procesbelang hebben bij het verzet, omdat zij door het verzet niet in een betere positie kunnen komen ten opzichte van het bestreden besluit.
Daarom verklaart de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk en blijft de eerdere uitspraak in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk en handhaaft de eerdere uitspraak.