ECLI:NL:RBZWB:2022:1557
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Schorsing voorlopige hechtenis wegens oorlogssituatie Oekraïne
Op 14 september 2021 is de voorlopige hechtenis van verdachte bevolen. Op 25 maart 2022 verzocht verdachte om schorsing van deze hechtenis. De rechtbank heeft op 29 maart 2022 de zaak behandeld en alle betrokken partijen gehoord.
Verdachte wordt verweten samen met een ander te hebben geprobeerd een groep Albanese personen met een zeiljacht naar Groot-Brittannië te brengen, een ernstig strafbaar feit. Volgens vaste rechtspraak is schorsing van voorlopige hechtenis bij dergelijke feiten slechts mogelijk bij bijzondere, zwaarwegende persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank acht de oorlogssituatie in Oekraïne, waar verdachte zijn vrouw, drie minderjarige kinderen en familie heeft wonen, als zodanige bijzondere omstandigheden. Verdachte wil zijn gezin in veiligheid brengen en zijn land verdedigen. Gezien de duur van de voorlopige hechtenis en het ontbreken van zicht op een spoedige inhoudelijke behandeling, weegt het persoonlijk belang van verdachte zwaarder dan het strafvorderlijk belang.
De voorlopige hechtenis wordt daarom geschorst onder strikte voorwaarden, waaronder het zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de hechtenis en het zich onthouden van strafbare feiten.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt geschorst wegens bijzondere persoonlijke omstandigheden gerelateerd aan de oorlog in Oekraïne.