Eiser woont tegenover een recreatiepark waar een omgevingsvergunning is verleend voor een tijdelijke verruiming van de horeca voor langskomende recreanten, voor een periode van vijf jaar. Eiser maakte bezwaar tegen deze vergunning, waarna verweerder niet tijdig op het bezwaar besloot. Eiser stelde beroep in wegens niet tijdig beslissen, dat niet-ontvankelijk werd verklaard nadat verweerder alsnog op het bezwaar besliste.
De rechtbank toetste het bestreden besluit inhoudelijk en concludeerde dat de vergunning onzorgvuldig tot stand is gekomen. Verweerder had onvoldoende onderzoek gedaan naar relevante aspecten zoals geluidshinder en verkeersaantrekkende werking, en de onderbouwing van aannames over parkeerplaatsen en verkeersbewegingen was onvoldoende. Ook waren de aan de vergunning verbonden voorwaarden onvoldoende handhaafbaar.
Daarnaast was onduidelijk waarom een vergunning werd verleend voor een grotere vloeroppervlakte dan feitelijk in gebruik werd genomen. De rechtbank vernietigde het besluit, verklaarde het beroep gegrond, en beval verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.