2.1eiseres vordert -samengevat- om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
a. a) gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.293,00 aan achterstallige huur, te vermeerderen -voorwaardelijk, namelijk voor het geval de hierna sub d te noemen vermeerdering niet wordt toegewezen- met de wettelijke handelsrente dan wel de wettelijke rente over ieder betreffend factuurbedrag vanaf de vervaldatum van de desbetreffende factuur tot aan de dag der algehele voldoening;
b) gedaagde te veroordelen om binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis het gehuurde conform artikel 8.9 van de huurovereenkomst op te leveren, zoals omschreven onder randnummer 33 van de dagvaarding;
c) gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een vergoeding gelijk aan de laatst geldende huurprijs inclusief servicekosten, te weten € 458,48 per maand, vanaf 20 februari 2021 tot het moment van correcte oplevering zoals gevorderd onder sub b, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente dan wel de wettelijke rente over ieder betreffend factuurbedrag vanaf de vervaldatum van de desbetreffende factuur tot aan de dag der algehele voldoening;
d) gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen de som van € 4.800,00 ter zake de conform artikel 18.2 van de huurovereenkomst verbeurde boete, te vermeerderen met € 300,00 voor iedere afzonderlijke factuur begrepen in het onder sub a gevorderde voor iedere maand na maart 2021 dat betaling van de betreffende factuur niet volledig is voldaan, of in het geval voorgaande vermeerdering wordt afgewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
e) gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen de som van € 1.358,85 ter zake de overeengekomen waarborgsom;
f) gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen de som van € 45.000,00 ter zake de verbeurde boete ex artikel 12.6 van de toepasselijke algemene bepalingen, te vermeerderen met € 250,00 per dag voor iedere dag na 10 maart 2021 dat de onder e gevorderde waarborgsom niet is betaald, of in het geval voorgaande vermeerdering wordt afgewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
g) gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen de som van € 1.305,68 ter zake de verschuldigde incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
h) gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen de proceskosten, alsmede de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover indien gedaagde dat bedrag niet binnen zeven dagen na aanzegging respectievelijk betekening van het in deze te wijzen vonnis heeft voldaan, althans een zodanig bedrag als uw rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.