De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 31 maart 2022 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere diefstal- en schuldhelingfeiten. De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen en van het feit van diefstal van twee veerpoten wegens onvoldoende bewijs. Wel werden vier feiten bewezen verklaard, waaronder diefstal van een elektrische fiets, schuldheling van een elektrische fiets en scooter, diefstal van gereedschap met verbreking en diefstal van een fietscomputer.
De rechtbank baseerde haar oordeel op bekennende verklaringen, camerabeelden, telefoongegevens en andere bewijsmiddelen. De verdachte had verklaard dat hij in Polen was toen de goederen werden aangeboden, maar dit werd weerlegd door verklaringen van zijn vriendin en locatiegegevens. Medeplegen werd verworpen omdat geen bewijs was voor betrokkenheid van anderen.
De officier van justitie vorderde een ISD-maatregel van twee jaar, maar de rechtbank vond dit niet proportioneel gezien de vreemdelingenstatus van verdachte en diens wens om terug te keren naar Polen. Daarom werd een gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd met aftrek van voorarrest, zodat verdachte in aanmerking kan komen voor strafonderbreking en uitzetting.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding omdat verdachte werd vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank achtte verdachte strafbaar voor de bewezen verklaarde feiten en legde een passende straf op.