Eiseres vroeg een omgevingsvergunning aan voor het intern verbouwen van een pand bij een onbemand tankstation en het plaatsen van reclame. Het college weigerde de vergunning omdat de vestiging van een horecagelegenheid niet als bijbehorende detailhandelsvoorziening binnen het bestemmingsplan kon worden aangemerkt.
Na bezwaar en een hoorzitting handhaafde het college het besluit met nadere motivering. Eiseres stelde dat de vergunning onterecht werd geweigerd en dat vergelijkbare situaties binnen de gemeente wel werden toegestaan. De rechtbank oordeelde echter dat er geen noodzakelijk verband is tussen tanken en de verkoop van pizza’s bij het onbemande tankstation, waardoor sprake is van strijd met het bestemmingsplan.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het college terecht de aanvraag als planologisch strijdig gebruik heeft aangemerkt. Wel stelde de rechtbank vast dat het college niet op alle onderdelen van de aanvraag heeft beslist, met name over reclame en inrichting, en droeg het college op hierover binnen acht weken een besluit te nemen. Het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.