Betrokkene is veroordeeld voor oplichting van het Ministerie van Defensie en de officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit voordeel werd aanvankelijk berekend op €597.700,96, gebaseerd op een rapport van de Koninklijke Marechaussee.
De verdediging voerde aan dat het gevorderde bedrag niet overeenkwam met de schadevergoeding die het Ministerie van Defensie in de hoofdzaak had ingediend, en dat aftrekposten zoals afgedragen btw en het voordeel van een medeplichtige in mindering moesten worden gebracht.
De rechtbank stelde vast dat het rapport onvolledig was en corrigeerde het voordeel naar €423.714,30 na aftrek van btw en het deel dat een medeplichtige had behouden. Omdat de schadevergoeding aan het Ministerie van Defensie hoger was (€446.774,70), resulteerde dit in een negatief voordeel voor betrokkene.
Daarom stelde de rechtbank het terug te betalen bedrag op nihil vast en legde betrokkene geen betalingsverplichting op. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.