ECLI:NL:RBZWB:2022:1677
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in belastingzaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarde van zijn woning voor het kalenderjaar 2020, vastgesteld door de heffingsambtenaar op €88.000. Na afwijzing van het bezwaar stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat er geen geschil meer bestond over de waarde van de woning. Wel was in geschil of belanghebbende recht had op een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, en of vergoeding van griffierecht en proceskosten toekwam.
De rechtbank overwoog dat het financiële belang van belanghebbende zeer gering was (minder dan €12), waardoor geen aanleiding was om spanning of frustratie aan te nemen en een immateriële schadevergoeding toe te kennen. Daarnaast was reeds in een andere zaak het griffierecht vergoed, zodat ook vergoeding daarvan en van proceskosten werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot vergoeding van schade af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van immateriële schade, griffierecht en proceskosten wordt afgewezen.