De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek tot echtscheiding van partijen die in Nederland hun gewone verblijfplaats hadden en een Syrisch burgerlijk en religieus huwelijk sloten. Partijen zijn duurzaam ontwricht en wensen te scheiden. De man verzoekt tevens huurder te blijven van de echtelijke woning. De vrouw vordert betaling van een uitgestelde bruidsgave en teruggave van persoonlijke sieraden en een usb-stick.
De rechtbank bevestigt haar rechtsmacht en past Nederlands recht toe op de echtscheiding en huwelijksvermogensrechtelijke aspecten. De man heeft zijn verzoeken tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap ingetrokken, en de vrouw stelt dat er niets te verdelen valt. De vrouw kan onvoldoende bewijzen dat de man de sieraden en usb-stick onder zich heeft, waardoor dit verzoek wordt afgewezen.
De vrouw baseert haar vordering tot betaling van de uitgestelde bruidsgave op een religieus huwelijksdocument en Syrisch islamitisch recht. De rechtbank oordeelt dat deze afspraak een overeenkomst is die beoordeeld moet worden naar Nederlands recht, omdat het document in Nederland is opgesteld en partijen daar hun verblijfplaats hadden. De afspraak over de bruidsgave geldt alleen voor het religieuze huwelijk, niet voor het burgerlijk huwelijk dat wordt ontbonden. Omdat het religieuze huwelijk niet wordt ontbonden, is de uitgestelde bruidsgave niet opeisbaar en wordt het verzoek afgewezen.
De rechtbank bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt en wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.