ECLI:NL:RBZWB:2022:1797

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 februari 2022
Publicatiedatum
6 april 2022
Zaaknummer
C/02/393497 FA RK 22-71
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige contactregeling en kinderalimentatie na scheiding

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 1 februari 2022 een verzoek tot voorlopige voorzieningen in een familierechtelijke zaak tussen een vrouw en een man over de zorg en opvoeding van hun minderjarige kinderen.

De vrouw verzocht om toevertrouwing van de minderjarigen aan haar en vaststelling van kinderalimentatie. De man verzocht om een contactregeling waarbij de kinderen eens per week in het weekend bij hem verblijven, met de vrouw als breng- en haalmoment buiten aanwezigheid van haar huidige partner.

De rechtbank oordeelde dat de toevertrouwing aan de vrouw gegrond en niet weersproken was. Gezien het belang van de kinderen werd het contact met de vader als wenselijk beschouwd en werd een opbouwende contactregeling vastgesteld, beginnend met enkele uren per week met hulp van grootouders van vaderszijde. De eerdere afspraak dat de vrouw het halen en brengen verzorgt, werd gehandhaafd.

Ten aanzien van kinderalimentatie werd ter zitting overeenstemming bereikt over een bijdrage van €150 per maand per kind, ingaande op de datum van de beschikking. Het verzoek tot meer of andere voorzieningen werd afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door rechter Meyboom.

Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige toevertrouwing aan de moeder toe, stelt een contactregeling met de vader vast en bepaalt kinderalimentatie van €150 per maand per kind.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/393497 FA RK 22-71
beschikking betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van
[vrouw],
wonende te [X] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. C.F.A. Cadot,
en
[man] ,
wonende te [XX] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. W.H.P. de Jongh.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 6 januari 2022 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 28 januari 2022 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen;
- de brieven van mr. Cadot van 19 januari 2022 en 25 januari 2022 met bijlagen.
1.2. De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 1 februari 2022. Bij die gelegenheid zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de advocaat van de man. De man was zelf, vanwege ziekte, niet aanwezig.

2.De verzoeken

De vrouw verzoekt, samengevat,
- toevertrouwing van de minderjarigen aan haar;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen van € 150,= per maand per kind.
De man verzoekt, samengevat, vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, waarbij de kinderen eens per week, afwisselend op zaterdag en zondag, van 11:00 uur tot 17:00 uur bij hem verblijven en de vrouw de kinderen brengt en haalt, buiten aanwezigheid van haar huidige partner.

3.De beoordeling

De toevertrouwing van de minderjarigen
3.1.
Het verzoek betreffende de toevertrouwing van de minderjarigen aan de vrouw
ligt als op de wet gegrond en niet weersproken voor toewijzing gereed.
De verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
3.2.
Ter zitting is gebleken dat er op dit moment geen contact is tussen de man en de kinderen. De rechtbank heeft hierover haar zorgen geuit en aangegeven dat het in het belang van de nog jonge kinderen is dat er frequent contact is tussen de kinderen en hun vader. Afgesproken is dat het contact spoedig weer wordt opgestart, met de bedoeling dat wordt toegewerkt naar een regeling waarbij de kinderen eens per week op zaterdag of op zondag van 11:00 uur tot 17:00 uur bij de man verblijven. Partijen zullen deze contactregeling opbouwen, ermee beginnend dat de kinderen eenmaal per week enkele uren bij de man zijn, mede gezien de huidige gezondheidssituatie van de man, en met hulp van opa en oma (vaderszijde), zoals ter zitting is besproken. De vrouw heeft aangegeven dat opa en oma bereid zijn deze hulp te bieden.
3.3.
Partijen zijn eerder overeengekomen dat de vrouw het halen en brengen van de kinderen voor haar rekening neemt, nu zij van [XXX] naar [X] is verhuisd. De man wil deze afspraak handhaven. De vrouw wil dat partijen het halen en brengen delen.
De rechtbank zal in deze procedure, die slechts beoogt een tijdelijke ordemaatregel te treffen, het verzoek van de man toewijzen, gezien de eerdere afspraak tussen partijen.
Kinderalimentatie
3.4.
Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat de man een bedrag aan kinderalimentatie van € 150,= per maand per kind aan de vrouw zal voldoen. De rechtbank zal de ingangsdatum hiervan bepalen op de datum van deze beschikking.

4.De beslissing

De rechtbank
bepaalt dat aan de vrouw worden toevertrouwd de minderjarigen
1. [minderjarige1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2014,
2. [minderjarige2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum2] 2017;
bepaalt dat de man en genoemde minderjarigen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar eenmaal per week, op zaterdag of op zondag, met inachtneming van rechtsoverweging 3.2, waarbij de vrouw de kinderen brengt en haalt bij de man, buiten aanwezigheid van haar huidige partner;
bepaalt dat de door de man te betalen bijdrage voor de verzorging en opvoeding van de minderjarigen met ingang van de datum van deze beschikking wordt vastgesteld op € 150,= (honderdvijftig euro) per maand per kind, aan de vrouw voor de toekomst bij vooruitbetaling te voldoen;
weigert het meer of anders verzochte,
Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom en, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op
cvdv