ECLI:NL:RBZWB:2022:1830

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 maart 2022
Publicatiedatum
7 april 2022
Zaaknummer
C/02/394643 JERK 22-227
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:247 lid 2 BWArt. 1:255 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot ondertoezichtstelling wegens erkenning zorgen en vrijwillige hulp

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van drie jonge kinderen vanwege ernstige zorgen, waaronder huiselijk geweld en ontwikkelingsachterstanden. De ouders erkenden de problemen en hebben positieve stappen gezet, zoals het onder controle krijgen van alcoholproblematiek en het organiseren van hulpverlening.

Tijdens de mondelinge behandeling werd duidelijk dat het gezin al veel hulp ontvangt en de ouders de situatie actief verbeteren. De Raad benadrukte de noodzaak van een gecertificeerde instelling om regie te voeren, maar er zijn twijfels over de doelgroep en capaciteitsproblemen bij de instelling.

De kinderrechter concludeerde dat de ouders voldoende verantwoordelijkheid dragen en vertrouwen verdient wordt dat zij in het vrijwillig kader blijven werken aan het wegnemen van zorgen. Daarom zijn de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling niet vervuld en is het verzoek afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat de ouders de zorgen erkennen en in het vrijwillig kader aan verbetering werken.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie: Breda
Zaaknummer: C/02/394643 / JE RK 22-227
Datum uitspraak: 31 maart 2022

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO ZUIDWEST NEDERLAND, hierna te noemen de Raad,
locatie Breda,
betreffende

[naam 1],

geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [voornaam 1],

[naam 2],

geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2],
hierna te noemen [voornaam 2],

[naam 3],

geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 3],
hierna te noemen [voornaam 3].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam 4],

hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats 1],
bijgestaan door mr. P.R. Klaver, advocaat te Bergen op Zoom,

[naam 5],

hierna te noemen de vader,
wonende te [woonplaats 2],
bijgestaan door mr. B.P.J. van Riel, advocaat te Breda.
De kinderrechter merkt als informant aan:

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,

hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (GI),
gevestigd te Amsterdam.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoek met bijlagen van de Raad van 11 februari 2022;
- het proces-verbaal van 7 maart 2022.
Op 23 maart 2022 heeft de kinderrechter het verzoek tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.
Verschenen zijn:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
- twee tolken in de Portugese taal, een voor de moeder en een voor de vader,
- een vertegenwoordigster van de Raad,
- een vertegenwoordigster van de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam 1], [voornaam 2] en [voornaam 2] wordt uitgeoefend door de ouders.
[voornaam 1], [voornaam 2] en [voornaam 2] wonen bij de moeder.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van de kinderen verzocht voor de duur van twaalf maanden.

Het standpunt van de verzoeker

Ter aanvulling op het verzoek brengt de vertegenwoordigster van de Raad het volgende naar voren. In de afgelopen periode is er wel meer rust gekomen in het gezin, maar de Raad vindt het nog altijd noodzakelijk dat de kinderen onder toezicht worden gesteld. De Raad maakt zich al langere tijd ernstige zorgen. Gezien wordt dat de ouders van goede wil zijn, maar dat er sprake is van veel problematiek, die onvoldoende wordt erkend. De kinderen zijn nog heel jong en hebben alle drie hun eigen kwetsbaarheden. Er heeft fors huiselijk geweld plaatsgevonden en het is nog onduidelijk wat het effect hiervan op de kinderen zal zijn op de lange termijn. Mogelijk is daar hulpverlening voor nodig. Er is al veel hulp in het vrijwillig kader. Dit heeft tot nu toe echter onvoldoende geholpen om de zorgen van de Raad weg te nemen. Verder is niet duidelijk of er nog andere hulpverlening nodig is. Het is dan ook van belang dat de GI hierin de regie kan voeren. De Raad vindt het noodzakelijk dat de GI de problematiek in kaart brengt en een plan van aanpak opstelt. Het gezin zal in ieder geval gebaat zijn bij hulpverlening die gericht is op interculturele problematiek. Het is prima dat de ouders Portugees spreken met de kinderen, maar het is belangrijk dat de kinderen ook vanaf jonge leeftijd worden blootgesteld aan de Nederlandse taal. Hier moet nog meer op worden ingezet. Sinds het raadsonderzoek is afgesloten, heeft de Raad geen contact meer gehad met het gezin. De laatste melding van huiselijk geweld is van juni 2021. Hierna zijn er geen zorgelijke signalen meer binnengekomen.
Na een heroverweging is de Raad nogmaals tot de conclusie gekomen dat de WSS de meest geschikte GI is om het gezin te helpen. Hierbij heeft de Raad meegenomen dat de WSS zelf aangeeft dat het maar de vraag is of het gezin binnen de doelgroep valt. De Raad is van mening dat dit het geval is. Bij hele jonge kinderen is het nog lastig om hun capaciteiten in kaart te brengen. Maar het is wel al duidelijk dat er bij [voornaam 1] sprake is van een forse ontwikkelingsachterstand en mogelijk een beperking. Daarnaast bestaat het vermoeden dat er bij de ouders sprake is van een lichtverstandelijke beperking. Hier is nog geen onderzoek naar gedaan omdat de focus van de hulpverlening steeds bij dringender zaken lag, zoals de veiligheid van de kinderen. Er wordt echter al jarenlang gezien dat de ouders veel extra uitleg en herhaling nodig hebben. Ook als dit zou voortkomen door een taal- en/of cultuurbarrière, moet er met hele kleine stapjes gewerkt worden en is de WSS daarom de meest geschikte GI om de ondertoezichtstelling uit te voeren. De wachttijd voor een vaste jeugdzorgwerker bij de WSS verschilt daarnaast niet noemenswaardig van andere GI’s.

De standpunten van de belanghebbenden

Door en namens de vader is tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat niet wordt voldaan aan de criteria van een ondertoezichtstelling en dat het verzoek moet worden afgewezen. De vader erkent de zorgen over de kinderen, maar die kunnen op een efficiëntere en minder belastende manier worden weggenomen dan met een ondertoezichtstelling. Sinds het raadsonderzoek is afgerond hebben de ouders duidelijk positieve stappen gezet. De ogen van de vader zijn na het laatste incident in juni 2021 geopend en hij is apart van de moeder en de kinderen gaan wonen. De vader heeft sindsdien niet meer gedronken en hij heeft zijn alcoholproblematiek onder controle. De vader weet dat hij veel van de problemen heeft veroorzaakt, maar hij kan garanderen dat dit niet meer zal gebeuren en dat de kinderen veilig zijn. Verder hebben de ouders hun financiën op orde. De vader heeft werk en de moeder heeft een uitkering. Het gaat tussen de ouders nu veel beter doordat de vader geen alcohol meer gebruikt, zijn eigen woning heeft en de moeder ondersteunt met de zorg voor de kinderen. De ouders realiseren zich dat zij op dit punt nog stappen moeten zetten, maar daar zijn ze al mee bezig en dat gaat goed. De ouders hebben definitief besloten dat de toekomst van het gezin in Nederland ligt en zij zullen meer gaan investeren in integratie.
De beoogde GI heeft aangegeven dat de wachtlijstproblematiek groot is en dat er op korte of middellange termijn geen vaste jeugdzorgwerker beschikbaar zal zijn. De vraag is dan ook hoe de GI uitvoering zou kunnen geven aan een ondertoezichtstelling. Bovendien behoort het gezin niet tot de doelgroep van deze GI. De Raad geeft aan dat [voornaam 1] mogelijk een beperking heeft omdat er sprake is van een ontwikkelingsachterstand. [voornaam 1] heeft inderdaad problemen met haar taalontwikkeling, maar of zij een beperking heeft kan nog helemaal niet geconcludeerd worden. Verder betwijfelt de advocaat van de vader of de ouders wel tot de doelgroep van de WSS behoren. De vader heeft een eigen bedrijf in de bouw en de moeder draagt de zorgen voor drie kinderen. Waar de ouders wel tegenaan lopen, is een taal- en cultuurverschil. De ouders zijn nog niet goed bekend met de manier waarop de Nederlandse samenleving werkt. Ook begrijpen ze zonder een tolk niet altijd alles volledig. De ouders hebben heel lang om hulp gevraagd en het is ze uiteindelijk gelukt om dit zelf te regelen. Zo hebben ze zelf voor [voornaam 1] Kinderdagcentrum Willemijntje ingeschakeld. Het CJG kan in het vrijwillig kader met de ouders kijken naar welke hulpverlening er mogelijk nog nodig is. Er komen op dit moment al vijf of zes verschillende hulpverleners bij de moeder thuis. De vader wil mede daarom niet dat de GI daar ook nog bij komt. De vader wil graag hulp voor zichzelf. Hij vindt het soms nog moeilijk om zijn weg te vinden. De vader wil zich bijvoorbeeld inschrijven bij een taalschool maar het lukt hem niet dat voor elkaar te krijgen. Het gaat dus om praktische hulp die het gezin nodig heeft, niet een ondertoezichtstelling.
Door en namens de moeder is tijdens de mondelinge behandeling ook verzocht om afwijzing van het verzoek. De moeder onderschrijft het standpunt van de vader. De noodzaak, het nut en het doel van de ondertoezichtstelling zijn niet aangetoond door de Raad en het taal- en cultuurverschil is onderbelicht gebleven. Bovendien heeft de Raad niet gekeken naar de huidige situatie van het gezin. De ouders hebben andere keuzes gemaakt die tot stabiliteit hebben geleid. Vanuit de huidige hulpverlening zijn er ook geen zorgmeldingen geweest.
Er is in het gezin nog wel sprake van problematiek waaraan gewerkt moet worden, maar hier wordt al veel hulpverlening voor ingezet. De moeder wil niet dat de GI het leven van het gezin gaat controleren. Uit het raadsrapport blijkt welke hulpverlening er al allemaal betrokken is: de huisarts, het CJG, Werkplein, het consultatiebureau, Kinderdagcentrum Willemijntje en Klaver4. Daaraan kan worden toegevoegd de fysiotherapie die de moeder recentelijk voor [voornaam 2] heeft geregeld. Het lukt de moeder goed om dit te coördineren en er moet voor gewaakt worden dat er te veel gestapeld wordt met hulpverlening. Kinderdagcentrum Willemijntje heeft aangegeven dat [voornaam 1] op dit moment geen extra hulp nodig heeft. Er is bij [voornaam 1] sprake van taalontwikkelingsproblematiek. [voornaam 1] spreekt echter al wel Portugees en Engels. Bij Willemijntje leert zij nu ook Nederlands. Verder ontwikkelt [voornaam 1] zich goed. De moeder heeft haar ook aangemeld voor zwemles en dansles. Met [voornaam 2] gaat het ook goed. Hij gaat drie keer per week drie uur naar de peuterspeelzaal, waar hij Nederlands leert spreken. De ouders vinden het belangrijk dat de kinderen opgroeien in de Nederlandse maatschappij. Het gezin wil inburgeren. De moeder spreekt al Nederlands met de hulpverlening en de advocaat. Ook heeft de moeder zich ingeschreven voor een vervolgtaalcursus en gaat zij een cursus administratie volgen.
Tot slot mag er niet voorbij worden gegaan aan het feit dat de GI grote capaciteitsproblemen heeft. Mocht er een ondertoezichtstelling komen, dan is het heel waarschijnlijk dat de GI in het geheel geen hulpverlening zal gaan inzetten.
De vertegenwoordigster van de GI heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat het onzeker is of het gezin tot de doelgroep van de GI behoort. Hier is nog geen onderzoek naar gedaan. Mocht er een ondertoezichtstelling uitgesproken worden en het gezin blijkt niet tot de doelgroep van de GI te behoren dan is dit voor beide partijen zonde. Er is bij de GI nog altijd sprake van ernstige capaciteitsproblemen. Het gezin zal op de wachtlijst geplaatst worden en het is onbekend hoe lang het dan duurt voordat er een jeugdzorgwerker beschikbaar is.

De beoordeling

Volgens artikel 1:255 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
Op basis van het onderzoek van de Raad en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat er ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling van [voornaam 1], [voornaam 2] en [voornaam 2]. De relatie tussen de ouders was flink verstoord en er is sprake geweest van fors huiselijk geweld, waarbij de alcoholverslaving van de vader een belangrijke factor was. De kinderen zijn nog zeer jong, wat op zichzelf al maakt dat ze nog erg kwetsbaar zijn. Bovendien is [voornaam 2] prematuur geboren en is er bij [voornaam 1] sprake van een (taal)ontwikkelingsachterstand. Het feit dat de ouders hun weg binnen de Nederlandse samenleving nog niet goed weten te vinden, is een extra uitdaging gebleken. Toch is het de ouders gelukt om positieve stappen te zetten de afgelopen maanden en te zorgen voor meer stabiliteit.
De thuissituatie van de kinderen is veilig nu de vader zijn alcoholproblematiek onder controle heeft en apart van de moeder en de kinderen woont. Daarmee lijken de relatieproblemen tussen de ouders grotendeels te zijn opgelost. Er zijn in ieder geval geen meldingen meer geweest sinds juni 2021. De vader ondersteunt de moeder bij de verzorging en opvoeding van de kinderen. Verder is het de moeder gelukt om via verschillende kanalen een behoorlijk pakket aan benodigde hulpverlening te regelen. Ook is zij in staat gebleken de betrokken hulpverlening in voldoende mate te coördineren. De ouders vinden het belangrijk dat de kinderen zich goed kunnen ontwikkelen binnen de Nederlandse samenleving en geven de kinderen ook de mogelijkheid daartoe.
Naar het oordeel van de kinderrechter hebben de ouders hiermee laten zien dat ze de zorgen erkennen en in het belang van hun kinderen kunnen denken en handelen. De kinderrechter heeft er dan ook vertrouwen in dat de ouders in het vrijwillig kader zullen blijven werken aan het verder wegnemen van de zorgen. Dit maakt dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling. De kinderrechter zal het verzoek van de Raad afwijzen.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. Van Ginkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch.