Verzoeker stelde beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk, waarin een bezwaar ongegrond werd verklaard en een dwangsom werd vastgesteld. Tijdens de procedure werd de dwangsom door het college gematigd en het te veel betaalde bedrag terugbetaald. Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank behandelde het verzoek om proceskostenveroordeling zonder zitting en overwoog dat partijen ter zitting overeenkwamen dat ieder zijn eigen kosten zou dragen. Dit werd vastgelegd in het proces-verbaal. Daarom zag de rechtbank geen aanleiding om het college te veroordelen tot betaling van proceskosten.
Ook het verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht werd afgewezen, omdat dit volgens de rechtbank onder het dragen van eigen kosten valt en partijen geen verdere aanspraken jegens elkaar hebben. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers en griffier S.A. de Roo op 8 april 2022.