ECLI:NL:RBZWB:2022:185
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugverwijzing van belastingzaak naar rechtbank ’s-Gravenhage
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een opgelegde medeplegersboete bij de rechtbank ’s-Gravenhage. De inspecteur verzocht om verwijzing van die zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waar soortgelijke zaken aanhangig zijn, wat door de rechtbank ’s-Gravenhage is toegestaan.
Belanghebbende stelde dat zij niet op de hoogte was gesteld van het verwijzingsverzoek en niet kon reageren, wat volgens haar in strijd is met procesrechtelijke beginselen. Zij verzocht om terugverwijzing van de zaak naar de rechtbank ’s-Gravenhage.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat zij de verwijzingsbeslissing van de rechtbank ’s-Gravenhage niet kan toetsen en dat het verzoek tot terugverwijzing als een zelfstandig verzoek op grond van artikel 8:13 Awb Pro moet worden beoordeeld. Gelet op de samenhang tussen de zaken en het belang van doelmatige behandeling wijst de rechtbank het verzoek af en bevestigt zij dat de zaak bij haar wordt behandeld.
Uitkomst: Het verzoek tot terugverwijzing van de zaak naar de rechtbank ’s-Gravenhage wordt afgewezen en de zaak blijft bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.