ECLI:NL:RBZWB:2022:1859
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bouwstop warmtepomp en warmte-terugwininstallatie
Verzoekers, kopers van een nieuwbouwwoning in Andel, maakten bezwaar tegen de afwijzing van hun verzoek om handhavend op te treden tegen het plaatsen van een ander type warmtepomp en warmte-terugwininstallatie dan in de omgevingsvergunning was toegestaan. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, namelijk een bouwstop voor de installatie van deze alternatieve apparatuur.
De voorzieningenrechter overwoog dat hij niet bevoegd is om een bouwstop aan derde partijen op te leggen en dat een voorlopige voorziening gekoppeld moet zijn aan het bestreden besluit. Het verzoek om een bouwstop is een te vergaande maatregel binnen de voorlopige voorziening-procedure. Verweerder had het handhavingsverzoek afgewezen omdat een herberekening had uitgewezen dat sprake was van een gelijkwaardig alternatief volgens artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012.
Verzoekers hadden betoogd dat geen sprake was van een gelijkwaardig alternatief, maar hadden dit niet onderbouwd met deskundigenrapporten. De voorzieningenrechter oordeelde dat de procedure niet geschikt is om deze bouwtechnische vraag te onderzoeken. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen en werden geen proceskosten toegewezen.
De uitspraak is gedaan op 8 april 2022 door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot bouwstop wordt afgewezen.