De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 4 april 2022 uitspraak gedaan over de verlenging van ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarigen, alsmede over het verzoek van de moeder tot een tegenonderzoek op grond van artikel 810a lid 2 Rv.
De minderjarigen zijn sinds 2019 onder toezicht gesteld en sinds oktober 2020 uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over hun veiligheid en opvoedsituatie. De gecertificeerde instelling (GI) heeft verzocht om verlenging van deze maatregelen voor de duur van een jaar. De moeder stemde in met verlenging maar verzocht tevens om een deskundigenonderzoek naar haar opvoedmogelijkheden en de thuissituatie, hetgeen de GI en vader afwezen.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. Het verzoek tot een tegenonderzoek wordt afgewezen omdat dit de kinderen onnodig zou belasten en het belang van de kinderen zich daartegen verzet. De rechtbank onderschrijft het standpunt van de GI dat het perspectief van de kinderen niet langer bij de moeder ligt vanwege langdurige instabiliteit, onveiligheid en onvoldoende vooruitgang in hulpverlening. De maatregelen worden verlengd tot 22 januari 2023 en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.