ECLI:NL:RBZWB:2022:1920
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening uitkeringsgeschil
Verzoekster maakte bezwaar tegen het niet uitbetalen van haar uitkering over februari 2022 en verzocht op 25 februari 2022 om een voorlopige voorziening. De uitkering werd op 1 maart 2022 alsnog betaald door het dagelijks bestuur van Samenwerking De Bevelanden, waarna verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening introk en proceskostenvergoeding vorderde.
Het bestuursorgaan stelde dat de procedure voorkomen had kunnen worden indien verzoekster contact had opgenomen met de inkomensconsulent, zoals ook door haar budgetbeheerder op 24 februari was geadviseerd. Verzoekster reageerde niet op het verzoek om een reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de betaling van de uitkering een tegemoetkoming vormde, maar dat het niet tijdig zoeken van contact door verzoekster waarschijnlijk de procedure had kunnen voorkomen. Daarom zag de rechter onvoldoende aanleiding om het bestuursorgaan in de proceskosten te veroordelen en wees het verzoek af.
De uitspraak werd gedaan op 11 april 2022 door voorzieningenrechter C.E.M. Marsé en griffier A.J.M. van Hees. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat de procedure voorkomen had kunnen worden.