Uitspraak
advocaat: mr. J.J. Brosius, advocaat te Goes.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze bestuursrechtelijke procedure diende verzoekster een wrakingsverzoek in tegen de rechter die belast was met de behandeling van haar zaak. Het verzoek betrof de weigering van de rechter om de begeleidster van verzoekster via een videoverbinding aan de zitting te laten deelnemen. De advocaat van verzoekster stelde dat deze weigering de schijn van partijdigheid wekte en dat de beslissing geen procesbeslissing zou zijn.
De wrakingskamer overwoog dat de beslissing van de rechter om het verzoek om digitale deelname af te wijzen wel degelijk een procesbeslissing is. De kamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. De kamer stelde vast dat het niet toestaan van digitale deelname geen bewijs is van vooringenomenheid, mede omdat de begeleidster nog steeds op reguliere wijze aan de zitting kan deelnemen.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond en wees het af. De behandeling van de onderliggende zaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing door het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.