ECLI:NL:RBZWB:2022:1978

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 april 2022
Publicatiedatum
13 april 2022
Zaaknummer
C/02/396511/HA-RK 22-74
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:19 AwbArt. 8:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens persoonlijke betrokkenheid bij vakantiewoning

In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek tot verschoning ingediend vanwege persoonlijke betrokkenheid bij een vakantiewoning op een bungalowpark dat onderwerp is van de hoofdzaak. De hoofdzaak betreft de WOZ-waarde van een vakantiewoning op datzelfde bungalowpark.

Het verschoningsverzoek is niet ter zitting behandeld, aangezien dat wettelijk niet vereist is. De rechter geeft aan zich niet meer voldoende vrij te voelen om een onpartijdige beslissing te nemen, waardoor het risico op schijn van partijdigheid bestaat.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de artikelen 8:15, 8:19 en 8:20 van de Algemene wet bestuursrecht. Gezien de persoonlijke betrokkenheid en de noodzaak om het vertrouwen in de onpartijdigheid van het rechterlijk apparaat te waarborgen, is het verzoek toegewezen.

De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter, en het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het verzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/ 396511 / HA RK 22-74
Beslissing van 13 april 2022
in de zaak van
mr. [voorletters] Boersma,
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant,
hierna: de rechter,
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk BRE 20/8338 WOZ BO van:
de heer [belanghebbende], belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van SaBeWa, verweerder.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 8 april 2022.
1.2
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter zitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2.Het verschoningsverzoek

2.1
De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd.
De rechter heeft aangegeven dat hij om persoonlijke redenen - te weten persoonlijke betrokkenheid bij een van de vakantiewoningen - geen zaken wil behandelen van vakantiewoningen op Bungalowpark [naam park] te [plaats park]. Onderwerp van het beroep in de hoofdzaak betreft de WOZ-waarde van een vakantiewoning die zich op voornoemd bungalowpark bevindt. Om iedere schijn van partijdigheid te vermijden, verzoekt de rechter om verschoning.

3.Het wettelijk kader

3.1
Op grond van artikel 8:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15.
3.2
Op grond van artikel 8:15 van Pro de Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
3.3
In artikel 8:20 van Pro de Awb is bepaald dat de meervoudige kamer zo spoedig mogelijk beslist op het verschoningsverzoek. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld meegedeeld aan partijen en de rechter die het verzoek heeft gedaan.

4.De beoordeling

4.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
4.2
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
4.3
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter zich niet meer voldoende vrij voelt om in deze zaak een beslissing te nemen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

5.De beslissing

De verschoningskamer:
5.1
wijst het verzoek tot verschoning toe;
5.2
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
5.3
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de rechter;
 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
 de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 13 april 2022 door mr. M.J.L. Holierhoek, rechter en voorzitter, mr. B.J. Duinhof en mr. E. van Noort, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Holtgrefe, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.