ECLI:NL:RBZWB:2022:1992
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn in belastingzaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarde van een onroerende zaak voor het kalenderjaar 2020, zoals vastgesteld door de heffingsambtenaar van de gemeente Geertruidenberg. Na afwijzing van het bezwaar door de heffingsambtenaar, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend. De termijn begon te lopen op 9 juni 2020 en eindigde op 21 juli 2020, terwijl het beroepschrift pas op 24 juli 2020 door de rechtbank werd ontvangen. Ook de postdatum van 23 juli 2020 viel buiten de termijn, zodat het beroep niet tijdig was ingediend.
Belanghebbende voerde aan dat de overschrijding te wijten was aan bedrijfssluiting vanwege corona en drukte, maar de rechtbank achtte dit geen reden voor verschoonbaarheid. De beroepstermijn is van openbare orde, waardoor overschrijding leidt tot niet-ontvankelijkheid. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.
De uitspraak werd gedaan door rechter C.A.F. van Ginneken en griffier W.C.C. Koreman-de Bok op 31 maart 2022 en is openbaar gemaakt. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.