ECLI:NL:RBZWB:2022:2012
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuursorgaan in proceskosten na intrekking beroep wegens bevordering
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van 24 april 2020 waarbij hem een bevordering naar een hogere functie werd geweigerd. Verweerder heeft bij brief van 30 december 2021 meegedeeld dat verzoeker per 12 maart 2019 alsnog in die functie is geplaatst. Hierop trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om veroordeling van verweerder in de proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder geen bezwaar had tegen een veroordeling in de proceskosten. De behandeling van het verzoek werd achterwege gelaten conform artikel 8:54 Awb Pro. Op grond van artikel 8:75a Awb kon de rechtbank verweerder veroordelen in de proceskosten omdat verweerder aan verzoeker was tegemoetgekomen.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van €1.518,00, exclusief het griffierecht van €178,00 dat verweerder reeds aan verzoeker moest vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter Marsé op 19 april 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het bestuursorgaan in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €1.518,00.