Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[belanghebbende],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Mr. D.A.N. Bartels heeft namens een belanghebbende een beroepschrift ingediend tegen een beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken. Bij het beroepschrift ontbrak een schriftelijke machtiging, terwijl dit verplicht is indien het beroepschrift niet mede-ondertekend is door de belastingplichtige en de indiener geen advocaat is.
De griffier heeft de gemachtigde meerdere malen verzocht het verzuim te herstellen door een schriftelijke machtiging en een uittreksel uit het handelsregister te overleggen. Hoewel een volmacht is overgelegd, ontbrak het uittreksel uit het handelsregister, waardoor niet kon worden vastgesteld wie bevoegd was het beroep in te stellen.
De gemachtigde heeft ondanks herhaalde waarschuwingen het verzuim niet hersteld binnen de gestelde termijnen. De rechtbank verklaart daarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging en een uittreksel uit het handelsregister.