ECLI:NL:RBZWB:2022:2035

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 april 2022
Publicatiedatum
15 april 2022
Zaaknummer
BRE-21_5925
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbWet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken schriftelijke machtiging en verklaring van erfrecht

Mr. D.A.N. Bartels heeft namens de erven van de belastingplichtige een beroepschrift ingediend tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken. Bij het beroepschrift ontbrak een schriftelijke machtiging, wat een verzuim opleverde volgens artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere malen de gelegenheid gegeven dit verzuim te herstellen door het overleggen van een schriftelijke machtiging en een verklaring van erfrecht. Ondanks herinneringen en waarschuwingen is de verklaring van erfrecht niet overgelegd, waardoor niet kon worden vastgesteld wie gerechtigd is het beroep in te stellen.

Gezien het aanhoudende verzuim verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een schriftelijke machtiging en verklaring van erfrecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/5925
uitspraak van 15 april 2022
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
Mr. D.A.N. Bartels,die heeft gesteld het beroepschrift te hebben ingediend namens (de erven van)
[belanghebbende],
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Steenbergen,

de heffingsambtenaar.

Motivering

Mr. D.A.N. Bartels (hierna: de gesteld gemachtigde) heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraak op bezwaar tegen een beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken, die is afgegeven ten aanzien van (de ervan van) [belanghebbende] (hierna: de belastingplichtige).
Bij het beroepschrift is geen schriftelijke machtiging meegestuurd. Dat had wel gemoeten, aangezien het beroepschrift niet mede-ondertekend is door de (erven van) belastingplichtige en niet gebleken is dat de verzender van het beroepschrift advocaat is. Dit betekent dat er sprake is van een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 van Pro de Awb.
De griffier heeft de gesteld gemachtigde bij brief van 31 december 2021 de kans gegeven dit verzuim te herstellen binnen vier weken na de datum van verzending van die brief. Ook is daarbij verzocht een verklaring van erfrecht toe te sturen, zodat beoordeeld kan worden wie gerechtigd is beroep in te stellen.
Bij brief van 13 januari 2022 heeft de gesteld gemachtigde een volmacht overgelegd.
Omdat er geen verklaring van erfrecht is overgelegd kan niet beoordeeld worden wie gerechtigd is beroep in te stellen. Dit betekent dat er nog steeds sprake is van een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 van Pro de Awb. De griffier heeft de gesteld gemachtigde bij aangetekende brief van 22 februari 2022 verzocht om een verklaring van erfrecht te overleggen.
De brieven van 31 december 2021 en 22 januari 2022 bevatten de waarschuwing dat indien het verzuim niet tijdig wordt hersteld, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief afgehaald op een afhaallocatie van PostNL.
De gesteld gemachtigde heeft het verzuim niet hersteld binnen de gestelde termijn en heeft het verzuim nog altijd niet hersteld.
De rechtbank ziet onder deze omstandigheden aanleiding om het beroep kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 15 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.