ECLI:NL:RBZWB:2022:2038
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 2018
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2018. De rechtbank stelt vast dat voorafgaand aan het beroep een bezwaarprocedure moet zijn doorlopen. Uit de stukken blijkt echter dat belanghebbende geen bezwaar heeft gemaakt tegen de aanslag 2018.
Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank wijst erop dat de bezwaarfase een noodzakelijke voorwaarde is voor het instellen van beroep. Op grond van artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) draagt de rechtbank het beroepschrift door aan de inspecteur met de mededeling dat dit als bezwaar moet worden behandeld.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 15 april 2022. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld bij de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van bezwaar, het beroepschrift wordt als bezwaar in behandeling genomen.