ECLI:NL:RBZWB:2022:2044
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij aanslag inkomstenbelasting 2016
Belanghebbende kreeg een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd voor het jaar 2016. Na ontvangst van de aanslag en een bezwaarschrift volgde een uitspraak op bezwaar waarbij de inspecteur deels tegemoet kwam. Belanghebbende stelde later dat de aanslag onwaarschijnlijk hoog was en maakte bezwaar tegen de aanslag, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelde dat de brief van belanghebbende ten onrechte als bezwaarschrift was aangemerkt en dat deze als beroepschrift had moeten worden behandeld. De uitspraak op bezwaar van 9 maart 2021 werd daarom vernietigd en het beroep in zoverre gegrond verklaard. Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar van 24 september 2019 werd echter niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend en er geen verschoonbare omstandigheden waren.
Verder werd het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat de bezwaarfase niet was doorlopen en belanghebbende niet had ingestemd met het overslaan daarvan. De inspecteur werd opgedragen het beroepschrift als bezwaarschrift in behandeling te nemen en het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar wordt deels gegrond verklaard en vernietigd, het overige beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.