Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[belastingplichtige]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De gemachtigde diende namens de belastingplichtige een beroepschrift in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een pand. Bij het beroepschrift ontbrak een uittreksel uit het handelsregister, noodzakelijk om te beoordelen of de gemachtigde bevoegd was op te treden.
De rechtbank gaf meerdere malen de gelegenheid om dit verzuim te herstellen, onder meer via brieven op 1 november 2021, 21 december 2021, 12 januari 2022 en 15 maart 2022, met waarschuwingen over mogelijke niet-ontvankelijkheid.
Hoewel uiteindelijk een uittreksel van de belastingplichtige werd overgelegd, ontbraken de uittreksels van bovenliggende rechtspersonen, waaronder de uiteindelijk bevoegd bestuurder. Hierdoor kon de gemachtigde niet als zodanig worden erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb, omdat het verzuim niet binnen de gestelde termijnen was hersteld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig overleggen van noodzakelijke handelsregisteruittreksels.