ECLI:NL:RBZWB:2022:2086
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroep huurtoeslag
Verzoeker maakte bezwaar tegen het stopzetten van zijn huurtoeslag en kreeg in eerste instantie geen gehoor omdat er geen besluit was waartegen bezwaar kon worden gemaakt. Na beroep herzag de Belastingdienst het besluit en kende alsnog huurtoeslag toe over 2017 en 2018, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenvergoeding uitsluitend voor de beroepsfase, omdat voor de bezwaarfase reeds een proceskostenvergoeding was toegekend. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet door een derde beroepsmatig was ingediend en dat er geen proceskosten waren die voor vergoeding in aanmerking kwamen.
Hoewel de gemachtigde verzoeker in de bezwaar- en beroepsfase bijstond, kan alleen vergoeding worden toegekend als een derde beroepsmatig rechtsbijstand verleent. De rechtbank wees het verzoek daarom af, maar wees erop dat de Belastingdienst verplicht is het griffierecht te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door rechter L.P. Hertsig op 19 april 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroepschrift niet door een derde beroepsmatig is ingediend en er geen proceskosten voor vergoeding zijn.