Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende diende bezwaar in tegen een mededeling van verrekening of terugbetaling van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2020. De ontvanger verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de mededeling geen voor bezwaar vatbare beschikking is en verwees naar de mogelijkheid van beroep bij de belastingrechter.
De rechtbank oordeelde dat zij als fiscale bestuursrechter niet bevoegd is om te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990, tenzij voor bepaalde besluiten een uitzondering geldt. De verrekening van bedragen valt niet onder deze uitzonderingen, waardoor bezwaar en beroep bij de bestuursrechter niet mogelijk zijn. Een geschil over verrekening kan aan de civiele rechter worden voorgelegd.
De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd en veroordeelde de ontvanger in de proceskosten van belanghebbende wegens een onjuiste rechtsmiddelverwijzing, waardoor belanghebbende ten onrechte dacht bij de belastingrechter te kunnen procederen. Tevens werd de ontvanger gelast het door belanghebbende betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en veroordeelt de ontvanger tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.