ECLI:NL:RBZWB:2022:2214

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 april 2022
Publicatiedatum
22 april 2022
Zaaknummer
BRE-21_5159
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken uittreksel handelsregister bij aanslag watersysteemheffing

De belastingplichtige, vertegenwoordigd door een gemachtigde, heeft beroep ingesteld tegen een aanslag watersysteemheffing opgelegd door de gemeente Breda. Bij het indienen van het beroepschrift ontbrak een uittreksel uit het handelsregister, wat noodzakelijk is om te beoordelen of de afgegeven machtiging rechtsgeldig is, aangezien het hier een niet-natuurlijk persoon betreft.

De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere malen schriftelijk verzocht dit verzuim binnen gestelde termijnen te herstellen, onder meer via aangetekende brieven met waarschuwingen dat bij uitblijven van herstel het beroep niet-ontvankelijk verklaard kan worden. Ondanks deze aanmaningen is het verzuim niet hersteld.

Gezien het ontbreken van het vereiste uittreksel en het niet reageren op de herstelverzoeken, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig aanleveren van het vereiste uittreksel uit het handelsregister.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/5159
uitspraak van 22 april 2022
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[gesteld gemachtigde] ,die heeft gesteld het beroepschrift te hebben ingediend namens
[belanghebbende],
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Breda,

de heffingsambtenaar.

Motivering

[gesteld gemachtigde] (hierna: de gesteld gemachtigde) heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraak op bezwaar tegen een aanslag watersysteemheffing, die is afgegeven ten aanzien van [belanghebbende] (hierna: de belastingplichtige).
Bij het beroepschrift is geen uittreksel uit het handelsregister meegestuurd. Dat had wel gemoeten, aangezien de belastingplichtige een niet-natuurlijk persoon is en niet beoordeeld kan worden of de afgegeven machtiging is afgegeven door de (uiteindelijk) bevoegd bestuurder/persoon. Dit betekent dat er sprake is van een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 van Pro de Awb.
De griffier heeft de gesteld gemachtigde bij brief van 29 november 2021 de kans gegeven dit verzuim te herstellen binnen vier weken na de datum van verzending van die brief.
Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brieven van 7 januari 2022 en 7 maart 2022 met een laatste termijn van twee weken. Deze brieven bevatten de waarschuwing dat indien het verzuim niet tijdig wordt hersteld, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief van 7 maart 2022 afgehaald op een afhaallocatie van PostNL.
De gesteld gemachtigde heeft het verzuim niet hersteld binnen de gestelde termijn en heeft het verzuim nog altijd niet hersteld.
De rechtbank ziet onder deze omstandigheden aanleiding om het beroep kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 22 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.