ECLI:NL:RBZWB:2022:2215

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 april 2022
Publicatiedatum
22 april 2022
Zaaknummer
BRE-21_3110
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 27h AWRArt. 28 AWR
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting na compromis tussen belanghebbende en gemeente

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Breda. De heffingsambtenaar heeft vervolgens aangegeven dat de naheffingsaanslag niet gehandhaafd kan blijven en heeft voorgesteld deze te vernietigen, inclusief vergoeding van het griffierecht.

Belanghebbende stemde met dit voorstel in en gaf aan het beroep bij de rechtbank te zullen intrekken. De rechtbank heeft belanghebbende meerdere malen verzocht om het beroep in te trekken, maar ontving geen reactie. Gezien het compromis en het ontbreken van een geschil, verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde de naheffingsaanslag en de uitspraak op bezwaar.

De rechtbank wees tevens af om proceskosten toe te kennen omdat niet was gesteld of gebleken dat belanghebbende kosten had gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. De heffingsambtenaar wordt verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting en uitspraak op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/3110
uitspraak van 22 april 2022
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats],

belanghebbende,
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Breda,

de heffingsambtenaar.

Motivering

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraak op bezwaar tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer].
Bij brief van 17 november 2021 heeft de heffingsambtenaar zich op het standpunt gesteld dat de naheffingsaanslag niet in stand kan blijven en dat deze naheffingsaanslag vernietigd moet worden. De heffingsambtenaar heeft daarbij aangegeven dat het griffierecht vergoed wordt. De heffingsambtenaar heeft via een e-mail belanghebbende hiervan op de hoogte gebracht en verzocht of belanghebbende akkoord gaat met dit compromis. Belanghebbende heeft bij e-mail van 18 oktober 2021 de heffingsambtenaar meegedeeld akkoord te gaan met het compromis en aangegeven het beroep bij de rechtbank in te zullen trekken.
Bij brief van 19 november 2021 heeft de griffier belanghebbende verzocht aan te geven of deze het beroep wenst in te trekken. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 5 januari 2022. Volgens gegevens van PostNL is de aangetekende brief afgeleverd op het door belanghebbende aangegeven adres. Er is van belanghebbende geen reactie ontvangen.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet meer in geschil is dat de naheffingsaanslag vernietigd moet worden. De rechtbank beslist daarom dienovereenkomstig. Het beroep is daarmee kennelijk gegrond.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld of gebleken dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar alsmede de naheffingsaanslag;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 49 aan hem vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 22 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.