Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[belanghebbende]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 april 2022 een beroepsprocedure tegen de vastgestelde WOZ-waarde van twee panden te Middelburg. Het beroepschrift was ingediend door een gemachtigde namens de belastingplichtige, maar zonder de vereiste schriftelijke machtiging. Dit is een verzuim zoals bedoeld in artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere malen schriftelijk verzocht dit verzuim te herstellen, onder meer door het overleggen van een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister. Ondanks deze waarschuwingen en termijnen heeft de gemachtigde niet de juiste stukken ingediend die betrekking hebben op de belastingplichtige.
Gelet op het ontbreken van herstel van het verzuim verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging.