ECLI:NL:RBZWB:2022:2252
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bestuurlijke boete wegens overschrijding vaartijden en onderbemanning
Eiser ontving een bestuurlijke boete van € 2.000,- vanwege overschrijding van maximale vaartijden en onderbemand varen. Hij maakte bezwaar, maar diende geen gronden in ondanks meerdere termijnen die hem daartoe werden gegeven. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Eiser voerde aan dat coronamaatregelen het indienen bemoeilijkten en dat gronden uit een andere procedure meegewogen moesten worden. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende gelegenheid had geboden om het bezwaar te motiveren en dat het niet redelijk was om een extra termijn te verwachten.
De rechtbank verwierp ook het argument dat de minister ambtshalve de gronden uit een andere procedure had moeten meenemen. Het is aan de bezwaarmaker zelf om gronden in te dienen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van niet-ontvankelijkheid blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden binnen de gestelde termijn.