ECLI:NL:RBZWB:2022:2259
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht bij afwijzing tegemoetkoming
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin haar aanvraag voor een tegemoetkoming in het kader van de Derde Tijdelijke Noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (vijfde tranche) werd afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiseres het griffierecht van €360,- niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan. De griffier heeft eiseres zowel per gewone brief als per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen vier weken te betalen, maar dit is niet gebeurd. Eiseres heeft geen reden voor het verzuim gegeven, waardoor geen verontschuldiging is gebleken.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig en uitgesproken in het openbaar op 26 april 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.