ECLI:NL:RBZWB:2022:2259

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 april 2022
Publicatiedatum
25 april 2022
Zaaknummer
AWB- 22_293
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht bij afwijzing tegemoetkoming

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin haar aanvraag voor een tegemoetkoming in het kader van de Derde Tijdelijke Noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (vijfde tranche) werd afgewezen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiseres het griffierecht van €360,- niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan. De griffier heeft eiseres zowel per gewone brief als per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen vier weken te betalen, maar dit is niet gebeurd. Eiseres heeft geen reden voor het verzuim gegeven, waardoor geen verontschuldiging is gebleken.

Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig en uitgesproken in het openbaar op 26 april 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/293

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2022 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ),
en

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van
16 november 2021 (het bestreden besluit) inzake de afwijzing van de aanvraag voor een tegemoetkoming in het kader van de Derde Tijdelijke Noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid vijfde tranche.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 360,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 21 februari 2022 eiseres in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief.
Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van
B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
26 april 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.