ECLI:NL:RBZWB:2022:226
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beëindiging Ziektewetuitkering
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering per 27 november 2018 te beëindigen. Vanwege coronamaatregelen werd de zitting uitgesteld en vond deze uiteindelijk plaats op 15 juni 2021. De rechtbank besloot het onderzoek te heropenen voor het raadplegen van een deskundige, waarna een verzekeringsarts een rapport uitbracht.
Op 30 september 2021 trok het UWV het bestreden besluit in en zette de Ziektewetuitkering voort. Verzoeker trok daarop zijn beroep in en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten.
De kosten omvatten het griffierecht, kosten voor rechtsbijstand en vergoeding voor het deskundigenrapport, waarbij administratiekosten niet werden vergoed. De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van € 3.387,60 aan proceskosten.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 3.387,60 aan proceskosten aan verzoeker.