Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2022 in de zaak tussen
[naam eiser 2]en
[naam eiser 3], te [plaatsnaam] , eisers,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Bij besluit van 4 juli 2019 verleende het college een omgevingsvergunning voor de bouw van een bedrijfsgebouw. Eisers maakten bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Eisers stelden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege gebrekkige publicatie en misleiding door het college.
De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit op juiste wijze bekend was gemaakt door toezending aan de aanvrager en publicatie in het digitale gemeenteblad. De bezwaartermijn van zes weken was daarom correct vastgesteld en het bezwaarschrift van eisers was te laat ingediend op 3 juni 2020.
De rechtbank vond geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding omdat eisers tijdig kennis konden nemen van het besluit, mede door de duidelijke titel in de publicatie. Ook kon van een hoorzitting worden afgezien omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de niet-ontvankelijkverklaring van hun bezwaarschrift wordt ongegrond verklaard vanwege tijdige kennisname en geen verschoonbare termijnoverschrijding.