ECLI:NL:RBZWB:2022:2308
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking en terugvordering bijstandsuitkering
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van Baanbrekers tot intrekking en terugvordering van haar bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit op te schorten.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 Awb Pro besloten dat een zitting achterwege kon blijven. Uit de stukken en toelichting blijkt dat verzoekster momenteel werkt en een netto-inkomen van ruim €1.600 per maand ontvangt. Tevens heeft zij een positief banksaldo van €484,88 begin april. Verzoekster kon niet voldoende onderbouwen waarom zij niet in staat zou zijn om een betalingsregeling van €54,59 per maand na te komen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het spoedeisend belang ontbreekt, mede omdat Baanbrekers akkoord is gegaan met de voorgestelde betalingsregeling in afwachting van de beroepsprocedure. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.