ECLI:NL:RBZWB:2022:2330
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening compensatie Catshuisregeling
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Belastingdienst om geen forfaitair bedrag van €30.000 aan compensatie te betalen op grond van de Catshuisregeling. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. Tijdens de zitting op 26 april 2022 in Breda heeft verzoeker zijn spoedeisend belang toegelicht, met name gericht op het verkrijgen van de status van gedupeerde en het verkrijgen van rust ten aanzien van zijn schulden.
De voorzieningenrechter overwoog dat de voorlopige voorzieningenprocedure bedoeld is om in afwachting van de hoofdzaak een voorlopige maatregel te treffen, waarbij spoedeisendheid een belangrijke rol speelt. Verweerder heeft toegelicht dat bij melding als gedupeerde de invordering van publieke schulden wordt stopgezet via een 'pauzeknop', en dat verzoeker zich heeft gemeld bij het Brede Hulpteam waardoor deze pauzeknop voor hem is ingegaan.
De voorzieningenrechter constateerde dat het merendeel van verzoekers schulden publieke schulden betreft en dat de invordering daarvan is stopgezet. Gezien het inkomen van verzoeker en de bescherming van de beslagvrije voet achtte de voorzieningenrechter geen sprake van een acute financiële noodsituatie of onomkeerbaar nadeel. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.