Uitspraak
verder te noemen verzoeker.
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van [verzoeker] ;
- de e-mail van verzoeker van 11 april 2022;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker, benoemd tot bewindvoerder, diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die toezicht houdt op zijn taakvervulling. Dit verzoek volgde op een telefonisch gesprek waarin de rechter een opmerking maakte die verzoeker als vooringenomen en negatief ervoer.
De rechtbank oordeelde dat het gesprek niet deel uitmaakt van een procedure waarin een beslissing wordt genomen over een te berechten geschil, en dat artikel 36 Rv Pro (de wrakingsbepaling) alleen van toepassing is op dagvaardings- en verzoekschriftprocedures. Hierdoor valt het wrakingsverzoek buiten het toepassingsgebied van deze bepaling.
De rechtbank benadrukte dat het recht op een onpartijdig gerecht zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro alleen geldt bij het vaststellen van burgerlijke rechten of bij vervolgingen, wat hier niet aan de orde is. Omdat er geen andere wettelijke grondslag is voor wraking in deze context, werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing werd gegeven door drie rechters en is niet vatbaar voor beroep of hoger beroep.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek tegen de kantonrechter.