De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 4 april 2022 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2005. De minderjarige verblijft sinds april 2021 op een behandelgroep vanwege zijn kindeigen problematiek en de gespannen situatie tussen zijn ouders. De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd.
De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar zijn al jaren niet in staat om samen te overleggen, waardoor de minderjarige klem zit en geen contact meer heeft met zijn moeder. De minderjarige wenst bij zijn vader te wonen, maar het is onduidelijk of de vader voldoende opvoedcapaciteiten kan bieden. Een gespecialiseerd onderzoek naar de opvoedvaardigheden van de vader is noodzakelijk, maar wordt vertraagd door wachtlijsten en financieringsproblemen.
De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling tot 30 april 2023 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 30 juli 2022, met een nader te bepalen mondelinge behandeling medio juli 2022. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van de hulpverlening en de ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen.