Op 13 november 2020 werd verdachte betrapt op het voorhanden hebben van een busje pepperspray, een verboden wapen van categorie II volgens de Wet wapens en munitie. Tijdens de zitting op 14 april 2022 bekende verdachte dit feit. De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist dat het bezit van pepperspray in Nederland verboden was en beriep zich op afwezigheid van alle schuld (avas). De officier van justitie en de rechtbank verwierpen dit verweer, stellende dat de wet bekend moet zijn en dat verdachte geen redelijke grond had om onwetend te zijn.
De rechtbank achtte het feit wettig en overtuigend bewezen en verklaarde verdachte strafbaar. De officier van justitie vorderde een geldboete van €350,-, terwijl de verdediging vroeg om geen straf of een voorwaardelijke straf vanwege de lopende schuldaflossing van verdachte. Gezien een andere zaak tegen verdachte met een opgelegde straf, besloot de rechtbank in deze zaak geen straf op te leggen en vernietigde de eerder opgelegde strafbeschikking.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 28 april 2022. Verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd en schuldig verklaard zonder straf of maatregel.