ECLI:NL:RBZWB:2022:2382

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 april 2022
Publicatiedatum
2 mei 2022
Zaaknummer
02-288219-20
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor het voorhanden hebben van pepperspray wegens afwezigheid van strafoplegging

Op 13 november 2020 werd verdachte betrapt op het voorhanden hebben van een busje pepperspray, een verboden wapen van categorie II volgens de Wet wapens en munitie. Tijdens de zitting op 14 april 2022 bekende verdachte dit feit. De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist dat het bezit van pepperspray in Nederland verboden was en beriep zich op afwezigheid van alle schuld (avas). De officier van justitie en de rechtbank verwierpen dit verweer, stellende dat de wet bekend moet zijn en dat verdachte geen redelijke grond had om onwetend te zijn.

De rechtbank achtte het feit wettig en overtuigend bewezen en verklaarde verdachte strafbaar. De officier van justitie vorderde een geldboete van €350,-, terwijl de verdediging vroeg om geen straf of een voorwaardelijke straf vanwege de lopende schuldaflossing van verdachte. Gezien een andere zaak tegen verdachte met een opgelegde straf, besloot de rechtbank in deze zaak geen straf op te leggen en vernietigde de eerder opgelegde strafbeschikking.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 28 april 2022. Verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd en schuldig verklaard zonder straf of maatregel.

Uitkomst: Verdachte werd schuldig verklaard maar er werd geen straf of maatregel opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-288219-20
vonnis van de meervoudige kamer van 28 april 2022
in de strafzaak tegen
[Verdachte]
geboren op [Geboortedag] 1997 te [Geboorteplaats]
wonende op het adres [Adres]
raadsman mr. C.J.M. Jansen, advocaat te Tilburg.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 april 2022, waarbij de officier van justitie, mr. R.S. Jacobs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een busje pepperspray voorhanden heeft gehad.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op de processen-verbaal van bevindingen omtrent het aantreffen en de categorisering van het busje pepperspray en de verklaring van verdachte ter zitting dat hij het busje pepperspray in zijn tasje had zitten.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft over het bewijs geen verweer gevoerd.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Verdachte heeft dit feit bekend, daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 14 april 2022;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [Naam 1] en [Naam 2] van 13 november 2020;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [Naam 3] van 14 november 2020.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 13 november 2020 te Tilburg een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een busje pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

5.1
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte niet wist dat het voorhanden hebben van pepperspray in Nederland verboden is. Het rechtsbeginsel dat iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen is achterhaald. Het busje pepperspray was in Duitsland vrij verkrijgbaar en van verdachte kon in redelijkheid niet worden verwacht dat hij van het verbod op de hoogte was. De verdediging heeft aangevoerd dat sprake is van afwezigheid van alle schuld wegens dwaling ten aanzien van de wederrechtelijkheid, waardoor ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen.
5.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft aangevoerd dat het verweer van de verdediging dient te worden verworpen, nu het rechtsbeginsel dat iedere Nederlander geacht wordt de wet te kennen wel degelijk geldt.
5.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt dat voor een geslaagd beroep op afwezigheid van alle schuld is vereist dat verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging. De rechtbank stelt voorop dat op verdachte de verplichting rustte te voldoen aan de bestaande wet- en regelgeving. Het enkele verweer dat verdachte niet op de hoogte was van het verbod om in Nederland pepperspray voorhanden te hebben, maakt die onbewustheid niet verontschuldigbaar. Niet is gebleken dat verdachte is afgegaan en redelijkerwijs mocht afgaan op informatie van de autoriteiten die belast zijn met de handhaving van die betreffende wet- en regelgeving. Van enig (ander) onderzoek aan de zijde van verdachte is de rechtbank ook niet gebleken. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de verdediging.
Er zijn ook geen overige feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt de rechtbank de strafbeschikking die eerder aan verdachte is opgelegd te vernietigen en vordert, conform de richtlijnen van het Openbaar Ministerie, aan verdachte op te leggen een geldboete van € 350,00 die in termijnen kan worden betaald. Bij niet-betaling dient vervangende hechtenis te volgen van 7 dagen.
6.2
Het standpunt van de verdediging
Indien de rechtbank toekomt aan de vraag of al dan niet een straf of maatregel moet worden opgelegd, verzoekt de verdediging om verdachte schuldig te verklaren en geen straf op te leggen dan wel om een voorwaardelijke straf op te leggen. Verdachte is nog bezig met het afbetalen van zijn schuld.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich op 13 november 2020 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een busje pepperspray. De rechtbank overweegt dat onderhavige zaak gelijktijdig maar niet gevoegd is behandeld met de zaak tegen verdachte met parketnummer 02-253927-21, welke andere zaak is geëindigd in oplegging van een straf. Gelet op de duur van de opgelegde straf in de zaak met parketnummer 02-253927-21 ziet de rechtbank geen reden meer in onderhavige zaak een straf op te leggen. Zij zal dan ook de eerder opgelegde strafbeschikking vernietigen en verdachte schuldig verklaren zonder oplegging van straf of maatregel.

7.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafbeschikking:
- vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking en beslist als volgt;
Strafoplegging
- bepaalt dat
geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Schouw, voorzitter, mr. M. van de Wetering en
mr. M. Diepenhorst, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 april 2022.
Mr. Diepenhorst is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.