ECLI:NL:RBZWB:2022:2419
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep WIA-voorschot terugvordering
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV over de terugvordering van een voorschot op haar WIA-uitkering. Op 14 maart 2022 heeft het UWV bepaald dat verzoekster het voorschot niet hoeft terug te betalen en reeds terugbetaalde bedragen worden aan haar teruggegeven. Vervolgens trok verzoekster het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geoordeeld dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Daarom veroordeelde de rechtbank het UWV in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 2.059,00 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat het griffierecht van € 48,00 door het UWV aan verzoekster wordt vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb, zodat een aparte veroordeling daarvoor niet nodig was. De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig op 29 april 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 2.059,00.