ECLI:NL:RBZWB:2022:242
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inkomstenbelasting 2016 wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken. Belanghebbende diende het bezwaarschrift ruim na deze termijn in, waardoor het bezwaar niet ontvankelijk werd verklaard.
Daarnaast nam de inspecteur een ambtshalve beslissing tot gedeeltelijke vermindering van de aanslag. Belanghebbende diende hiertegen beroep in zonder eerst bezwaar te maken, terwijl dit wel de wettelijke procedure is. De rechtbank heeft belanghebbende verzocht in te stemmen met rechtstreeks beroep, maar ontving geen reactie. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep tegen de ambtshalve beslissing niet-ontvankelijk en droeg de inspecteur op het beroepschrift als bezwaar in behandeling te nemen.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, aangezien belanghebbende geen redenen had aangevoerd die dit konden rechtvaardigen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Bastiaansen en griffier Van der Hoeven op 25 januari 2022.
Uitkomst: Bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 2016 is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; beroep tegen ambtshalve vermindering is niet-ontvankelijk en wordt als bezwaar in behandeling genomen.