ECLI:NL:RBZWB:2022:2420
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met geschil over hoofdverblijf minderjarige kinderen
Partijen zijn gehuwd sinds 2 januari 2015 en hebben drie minderjarige kinderen. Zij zijn in het kader van hun echtscheiding grotendeels tot overeenstemming gekomen, behalve over het hoofdverblijf van de kinderen.
De man wenst dat alle kinderen bij hem staan ingeschreven en wijst op zijn zorg voor de kinderen en inschrijving. De vrouw stelt voor dat één of twee kinderen bij haar verblijven, passend bij een co-ouderschapsregeling en optimale benutting van fiscale tegemoetkomingen.
De rechtbank waardeert de gemaakte afspraken en het gezamenlijke belang van partijen en kinderen, maar moet een beslissing nemen over het hoofdverblijf. Gezien emotionele en financiële aspecten wordt bepaald dat twee kinderen bij de man blijven ingeschreven en één kind bij de vrouw, wat ook het kindgebonden budget optimaliseert.
De rechtbank neemt het ouderschapsplan op in de beschikking, compenseert de proceskosten zodat iedere partij eigen kosten draagt, en wijst overige verzoeken af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt het hoofdverblijf van één kind bij de vrouw en twee kinderen bij de man en spreekt de echtscheiding uit.