ECLI:NL:RBZWB:2022:2434
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) besloten de zaak zonder zitting af te doen.
Verzoeker is op 12 april 2022 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht, met de mededeling dat betaling binnen twee weken moest plaatsvinden. Tevens is hem meegedeeld dat bij niet-tijdige betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De voorzieningenrechter constateerde dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen en verklaarde het verzoek om voorlopige voorziening daarom niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.