Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2022 in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
26 juni 2019. Het college is op basis van dit onderzoek tot de conclusie gekomen dat eiser en [naam betrokkene] een gezamenlijke huishouding voeren en dat zij dit niet hebben gemeld bij het college.
Beroepsgronden
Wettelijk kader
Beoordeling
huishouding. [1]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
mr. A.M. Pasmans, griffier, op 28 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.