ECLI:NL:RBZWB:2022:2524

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 mei 2022
Publicatiedatum
9 mei 2022
Zaaknummer
AWB- 21_5144
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 8:54 AwbAlgemene Verordening Gegevensbescherming
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over terugvordering bijstand en informatieverzoek

Eiser is in geschil met het college van burgemeester en wethouders van Tilburg over de terugvordering van bijstand die in de periode 2000-2005 is verstrekt. Eiser vroeg het college om kopieën van stuitingsbrieven met verzend- en ontvangstbewijzen, verwijzend naar de AVG. Het college stelde dat de email van 30 augustus 2021 geen aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was, maar een verzoek om informatie.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek van eiser geen aanvraag is om een besluit te nemen, maar een informatief verzoek. Omdat alleen besluiten kunnen worden aangevochten bij de bestuursrechter, is de rechtbank niet bevoegd om kennis te nemen van het geschil.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en wijst het beroep af. De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig op 3 mei 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat het verzoek geen besluit betreft en wijst het beroep af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/5144 ONBEKEND

uitspraak van 3 mei 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,

gemachtigde: mr. E.J.C. Assenbergs,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

Het college heeft eiser bij brief van 12 november 2021 laten weten dat de gemeente Tilburg de email van 30 augustus 2021 nooit heeft ontvangen, dat op 18 september 2021 reeds alle gevraagde brieven zijn toegezonden aan eiser en dat het college geen dwangsom verschuldigd is.
Eiser heeft op 19 november 2021 beroep ingesteld.
De rechtbank heeft met toepassing gegeven van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een behandeling ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

Feiten
Het college heeft bij besluit van 31 oktober 2005 de aan eiser verstrekte bijstand in de periode van 1 november 2000 tot 1 september 2005 teruggevorderd.
De rechtbank begrijpt uit het dossier dat het college en eiser al enige tijd met elkaar in discussie zijn over de vraag of deze terugvordering is verjaard.
In een email van 9 augustus 2020 vraagt eiser om een kopie van alle stukken met betrekking tot de betaling die hij maandelijks aan het college voldoet.
Op 18 september 2020 stuurt het college stukken op aan eiser. In de begeleidende brief stelt het college dat dit alle stukken zijn met betrekking tot de betaling die eiser maandelijks doet ter aflossing van de schuld.
Op 30 augustus 2021 vraagt eiser per email aan het college om kopieën van de stuitingsbrieven over te leggen compleet met verzend- en ontvangstbewijzen. Hij beroept zich ‘zo nodig’ op artikel 12 en Pro 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Bij email van 7 november 2021 wijst eiser het college er op dat hij geen antwoord heeft gehad op de email van 30 augustus 2021.
Het college reageert dan met de hiervoor al genoemde brief van 12 november 2021.
Is de email van 30 augustus 2021 een aanvraag in de zin van de Awb?
Een aanvraag is een verzoek van een belanghebbende aan een bestuursorgaan om een besluit te nemen.
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van eiser, ondanks de verwijzing naar de AVG, geen verzoek in de zin van de AVG is. Eiser vraagt immers niet om informatie over zijn persoonsgegevens of de wijze waarop zijn persoonsgegevens worden verwerkt of bewaard.
Eiser vraagt in de email van 30 augustus 2021 om kopieën van stuitingsbrieven. De rechtbank kwalificeert dit verzoek als een verzoek om informatie (bewijsstukken) en niet om een verzoek aan het college om een besluit te nemen.
Dit betekent dat het antwoord van het college op dit verzoek, de brief van 12 november 2021, geen besluit is. Alleen tegen besluiten kan bezwaar bij het bestuursorgaan en daarna beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld.
Op grond van artikel 8:1 van Pro de Awb is de bestuursrechter van deze rechtbank daarom niet bevoegd om van het geschil kennis te nemen.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 3 mei 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.