Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
Rechtsmiddel
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende betaalde BPM over een motorrijtuig en kreeg een naheffingsaanslag van €1.863 opgelegd door de inspecteur. De discussie betrof de waardevermindering van het voertuig door schade en de onafhankelijkheid van de hertaxateur. Belanghebbende leverde een taxatierapport aan met een schadebedrag van €9.171, terwijl de inspecteur een hertaxatie liet uitvoeren met een schadebedrag van €109.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur vrij is zijn standpunt te onderbouwen met eigen bewijsmateriaal en dat de hertaxateur voldoende onafhankelijk was. De bewijslast voor de schade lag bij belanghebbende, die onvoldoende aannemelijk maakte dat de schade meer was dan normale gebruiksschade. De rechtbank stelde dat normale gebruiksschade, zoals kleine krasjes en slijtage, niet in mindering kan worden gebracht op de handelsinkoopwaarde.
De door belanghebbende aangevoerde achterstallige onderhoud en zichtbare beschadigingen werden niet als voldoende bewijs geaccepteerd. Ook het aangevoerde branchebeleid werd door de rechtbank verworpen omdat dit niet bindend is voor de inspecteur. Hierdoor werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de naheffingsaanslag in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.