ECLI:NL:RBZWB:2022:2543

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 mei 2022
Publicatiedatum
10 mei 2022
Zaaknummer
C/02/397268 HARK 22-98
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van Kralingen
  • Van de Sande
  • Broeders
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 RvArt. 41 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens schijn van partijdigheid

In deze zaak diende een rechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek tot verschoning in vanwege een mogelijke schijn van partijdigheid. Dit verzoek werd ingediend omdat in de hoofdzaak een financieel adviseur werd genoemd die een persoonlijke kennis is van de rechter. Hoewel de rechter zelf meende niet belemmerd te worden, kon niet worden uitgesloten dat anderen een schijn van partijdigheid zouden kunnen afleiden.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de artikelen 36, 40 en 41 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierbij is overwogen dat de onpartijdigheid van rechters moet worden vermoed, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het tegendeel of een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat. Ook de uiterlijke schijn van partijdigheid is relevant.

De kamer concludeerde dat de omstandigheden voldoende grond geven voor verschoning en besloot het verzoek toe te wijzen. De behandeling van de hoofdzaak wordt overgenomen door een andere rechter en het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond bij indiening van het verzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verschoningsverzoek van de rechter wordt toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid, waarna de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/397268 HARK 22-98
beslissing van 9 mei 2022
in de zaak van
mr. [voorletters] van der Weide
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 394194 HARK 22-16 van:
het Openbaar Ministerie Zeeland-West-Brabant
gemachtigde: mr. C. de Pagter, Officier van Justitie
en
de stichting Mobiliteit voor iedereen
gemachtigde: mr. H.J. Alberts
en
[naam 1]en
[naam 2]
gemachtigde: mr. S.P.H. Brinkman.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 4 mei 2022.
1.2
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter zitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2.Het verschoningsverzoek

2.1
De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd. In bijlage 9 bij het verzoek in de hoofdzaak wordt een financieel adviseur genoemd, die een persoonlijke kennis is van de rechter. Het valt niet bij voorbaat uit te sluiten dat de bevindingen van deze financieel adviseur in het hoofdgeding ter discussie komen te staan. Hoewel de rechter meent dat hij niet zal worden belemmerd door het feit dat de adviseur een persoonlijke kennis is, kan hij zich voorstellen dat er een schijn van partijdigheid uit zou kunnen worden afgeleid.
3. Het wettelijk kader
3.1
In artikel 40, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36.
3.2
In artikel 36 Rv Pro is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.3
In artikel 41, tweede lid, Rv is bepaald dat de meervoudige kamer zo spoedig mogelijk beslist. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld aan partijen en de rechter, die het verzoek had gedaan, medegedeeld.

4.De beoordeling

4.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
4.2
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
4.3
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter er rekening mee houdt dat anderen uit die omstandigheden een schijn van partijdigheid zouden kunnen afleiden. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

5.De beslissing

De verschoningskamer:
5.1
wijst het verzoek tot verschoning toe;
5.2
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
5.3
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de rechter;
 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
 de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 9 mei 2022 door mr. Van Kralingen, rechter en voorzitter, en mr. Van de Sande en mr. Broeders, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.