ECLI:NL:RBZWB:2022:2573
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst niet tijdig heeft beslist op haar verzoek van 18 december 2020 tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. Daarnaast vorderde zij het volledige dossier met een dwangsom bij niet-naleving.
De rechtbank oordeelt dat het verstrekken van het volledige dossier geen besluit is in de zin van de Awb en verklaart dat deel van het beroep niet-ontvankelijk. Ten aanzien van het niet tijdig beslissen op het herbeoordelingsverzoek is het beroep wel gegrond, nu eiseres tijdig ingebrekestelling heeft gedaan.
De rechtbank draagt de Belastingdienst op binnen negen weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000. Tevens stelt de rechtbank de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442. Daarnaast moet de Belastingdienst het betaalde griffierecht en proceskosten vergoeden.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige maar ook tijdige besluitvorming, mede gezien het grote aantal verzoeken. De rechtbank volgt het landelijke beleid en past de wettelijke dwangsomregeling toe. De procedure verliep schriftelijk zonder zitting.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van negen weken op voor besluitvorming en stelt een dwangsom vast van €1.442.