Belanghebbende maakte bezwaar tegen een beschikking Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) 2018 van de inspecteur van de Belastingdienst. Tijdens de zitting op 1 april 2022 bereikten partijen een compromis waarbij werd vastgesteld dat belanghebbende recht heeft op loonkostenvoordeel voor een arbeidsgehandicapte werknemer. De inspecteur kon het exacte bedrag niet vaststellen zonder nadere gegevens van het UWV.
De rechtbank oordeelde dat zij redelijkerwijs niet in staat is het bedrag van de beschikking vast te stellen en vernietigde daarom de uitspraak op bezwaar. De inspecteur werd opgedragen binnen zes weken na onherroepelijkheid van deze uitspraak opnieuw te beslissen, met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht van €354 en de reiskosten van €31,68 die belanghebbende redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het beroep. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.